Borinage

Vincent van Gogh sprak als predikant in Salon du Bébé voor een kleine gemeenschap protestanten. Zijn kennis deed hij mede op van de middeleeuwse mysticus Thomas a Kempis met zijn Navolging van Christus. De gele randen aan de stoep markeren het deel waar het vroegere Salon du Bebé/Le temple de Bébé was – foto Claudia Koole

Vincent vol mededogen

Zijn rol als predikant was niet voor hem weggelegd in de periode van 1878 tot  eind 1880. Met zijn vreemde Franse accent werd hij een vreemde vogel gevonden. Te meer omdat hij in extreme armoede wilde leven, net zoals de arbeiders in de mijnstreek de Borinage. Dat wilden de mensen niet. Toch was Vincent erg geliefd bij een kleine groep mensen. Hij zat vol mededogen. Hij legde urenlang ziekenbezoeken af en stond anderen bij in hun nood en tegenslag. Zijn vriendelijkheid en overdaad aan liefde, ook aan de natuur en de dieren, om te geven waren bekend. Dat komt vooral tot uiting als een mijnramp zich voordoet in Framéries op 17 april 1879. Als hij de explosie hoort snelt hij zich naar de rampplaats om daar mensen mensen te verzorgen die gewond zijn geraakt. Zijn liefde voor Christus, die hij reeds opdeed in Engeland, zit diep geworteld in hem. Met vallen en opstaan draagt hij dit mee in zijn leven. Het zit in zijn cellen en genen verweven om het mededogen te dragen. Niet alleen is dit zichtbaar in zijn werken, maar dat zal zelfs nog tot uiting komen in Arles bij het oorincident. Vincent zat vol mededogen tot aan het eind van zijn leven. De Borinage periode is hier een sterk voorbeeld van, al werd hij in deze streek weggestuurd. Velen dragen de herinnering wat hij voor hen betekend heeft.